Op pad met de campusecoloog

Afgelopen week was ik te gast bij Tim Tabak, campusecoloog op de TU Delft Campus. Een functietitel die ik nog niet eerder tegenkwam. Het team waar Tim onderdeel van uitmaakt zorgt er voor dat een drukbezette, volgebouwde campus tegelijk een levend ecosysteem is. Wat een geweldige baan.

TU Delft werkt toe naar een CO2-neutrale, klimaatadaptieve en circulaire campus in 2030, met expliciete aandacht voor biodiversiteit en leefkwaliteit. Tim en zijn collega's van EcoCampus geven daar dagelijks vorm aan. Tim benadrukt het belang van de samenwerking met René Hoonhout, al ruim dertig jaar groenbeheerder op de campus. Tim met de blik van de ecoloog, op soorten en systemen, René met decennia praktijkkennis over wat er werkelijk in de grond gebeurt als je het maaibeleid aanpast of een border anders inricht. Tijdens onze wandeling leerde ik van alles over de kleine en grote interventies die samen laten zien hoe je dat doet, natuurinclusief ontwikkelen.

Mekelpark en biodiversity monitor

Tim toont de biodiversity monitor.

We beginnen bij een houten kiosk midden in een bloemenweide in het Mekelpark, met een scherm waarop de Biodiversity Monitor draait: alle waarnemingen die studenten en medewerkers met de app ObsIdentify (gekoppeld aan Waarneming.nl) hebben ingevoerd, in beeld op een kaart van de campus. De achterkant is een insectenhotel. Op de campus vind je blauwe informatiebordjes, zodat je de wandeling ook zelf kan lopen.

In het Mekelpark, het lange centrale park dat ooit een drukke weg was, wordt anders gemaaid, met stroken vol klaprozen en akkerbloemen als resultaat. Aan het oorspronkelijke ontwerp van Mecanoo zijn struiken toegevoegd voor extra gelaagdheid: niet alleen gras en bomen, ook de tussenlaag waar veel dieren dekking en voedsel vinden. Studenten en ecologie vinden hier hun plek.

Informatiepalen op de campus

Veel gebouwen staan inmiddels letterlijk ‘in het groen’. Dat oogt mooier, en het heeft ook een heel praktische reden: een van het dak springend scholeksterkuiken overleeft een val in een border eerder dan een val op steen. De scholekster broedt namelijk steeds vaker op platte daken (het grind doet denken aan de schelpenbanken langs de kust waar hij van oorsprong broedt) en zo ook op het dak van Faculteit Technische Natuurkunde (gebouw 22). TU Delft werkt samen met Vogelbescherming Nederland en onderzoekt hoe de scholekster het doet op deze daken.

Stieltjesweg als groene corridor

Een van de pronkstukken van de campus vind je op de Stieltjesweg. Hier is een weelderige bloementuin ontstaan met inheemse plantensoorten, de oorspronkelijke groenstrook is omgevormd tot een groene corridor. Interessant zijn de bijenruggen: kale zandheuvels waar grondbijen, goed voor zo'n 70% van alle wilde bijensoorten, hun eigen nestgangen in kunnen graven.

Mien Ruys park, tjokvol leven

De grootste verrassing van de tour was het Mien Ruysparkje, tussen de parkeerplaats en The Green Village. Genoemd naar Mien Ruys, grondlegger van de moderne Nederlandse tuinarchitectuur en bekend om de combinatie van strakke lijnen met wilde, natuurlijke beplanting. Het bosje, nog geen 60 bij 60 meter groot, diende ooit als groene buffer tussen de parkeerplaats en de oude faculteit Bouwkunde, die later door brand werd verwoest.

The Green Village ontstond daarna ernaast als duurzame opvolger. Volgens KNNV Delft is dit bosje, met de poel erin, een belangrijke schakel op de migratieroute van vleermuizen. Het regenwater van Green Village wordt via een gelaagd wadi-systeem gescheiden opgevangen, zodat het de poel niet beïnvloedt.

Studenten bouwden er een eigen 'eco-kathedraal' van oude, afgedankte stoeptegels. Bij het water hangt een bordje bij een ijsvogelwand: een kunstmatige steile oever met een zelfgegraven tunnel, precies zoals de ijsvogel in de natuur zoekt. Het werkt, de ijsvogel is er. Zou toch wat zijn als er ooit een eigen TU Delft-populatie ontstaat. 's Avonds is het hier een en al leven, met verschillende soorten vleermuizen. Tim droomt van een buitenlokaal op deze plek. Ik hoop dat hij dat plan snel doorzet.

Op The Green Village wordt naast de WaterStraat, het HittePlein en het KlimaatKwartier een volgend thema toegevoegd: de NatuurBuurt, met focus op natuurinclusief ontwikkelen.

Testlocatie voor een veerkrachtig Nederland

Over The Green Village schreef ik ook in De fijne stad, lees verder »

Slechtvalken

Op de campus broedt een paar slechtvalken. Dit jaar in een nestkast bij de faculteit Bouwkunde. Er is een live webcam, een samenwerking tussen TU Delft en KNNV Delfland. Op de hoogbouw van de faculteit EWI is ook een nestkast, die plek wordt door het paar gebruikt om te eten en te rusten. Slechtvalken zien hoge gebouwen als een soort rotsen aan de kust.

Stadsklimaatbos

Tot slot lopen we naar het plein voor de ingang van Bouwkunde: een huzarenstukje van Nico Tillie en Rosa de Wolf, omgebouwd van een volledig versteend plein tot een stadsklimaatbos met twee wadi's en 25 boomsoorten. De bodem is verdeeld in 18 vakken met drie verschillende grondsoorten: geen turf, een beetje turf en een conventionele hoeveelheid turf, om te onderzoeken hoe weinig turf eigenlijk nodig is voor gezonde groei. Als relatieve leek zag ik geen verschil tussen de vakken. Geef mij die turfloze bodem maar.

Een campus met een eigen ijsvogelstand. Dat is de maatstaf die ik voortaan aanhoud. De rol van campusecoloog bestaat nog maar een paar jaar op de TU Delft. Over tien jaar wil ik weten hoeveel campussen, bedrijventerreinen en ziekenhuizen er nog zonder zijn.


Wil je de wandeling zelf al lopen? De blauwe informatiepalen wijzen de weg. Het komend jaar kom ik met plezier nog eens terug bij Tim, voor een nieuwe editie van de serie 'De fijne stadmaker'. Daar kun je bij zijn. Laat daarvoor alvast je mailadres hieronder achter.

Volgende
Volgende

Laat die regen maar komen